Lees meer

Meld je aan voor de nieuwsbrief
Aanmelden nieuwsbrief
Neem contact met ons op
Contact

Als een organisatie niet in staat is pensioenpremies af te dragen, moet deze een ‘melding betalingsonmacht’ doen. Anders kunnen bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Maar de Hoge Raad rekt dat wat op, wat goed uitpakte voor de bestuurder van een zorgorganisatie.

Als blijkt dat een thuiszorgorganisatie niet alle premies heeft afgedragen aan het pensioenfonds, brengt dit laatste een dwangbevel uit. Zowel de kantonrechter als het gerechtshof oordeelt dat de bestuurder aansprakelijk is voor de openstaande vordering van het pensioenfonds. In de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds (Wet Bpf) staat immers dat een bestuurder een melding moet doen als de organisatie niet kan betalen en dat heeft deze bestuurder niet gedaan.

‘Op andere wijze’

De Hoge Raad oordeelde eerder in deze zaak dat een melding van betalingsonmacht achterwege kan blijven indien het pensioenfonds tijdig op andere wijze op de hoogte is geraakt van de betalingsonmacht van de rechtspersoon. Wel is vereist dat deze wetenschap dusdanig is dat het pensioenfonds op basis daarvan in staat is zich een redelijk oordeel te vormen over de oorzaken van de betalingsonmacht, en dat het fonds zich kan beraden op de opstelling die het ten aanzien van de rechtspersoon zal innemen. Dit heeft het gerechtshof miskend, reden waarom het arrest van het hof door de Hoge Raad is vernietigd. De Hoge Raad verwees de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, dat (opnieuw) moet beoordelen of de bestuurder aansprakelijk is.

Financiële problemen

Deze zorgorganisatie besteedde haar personeelsadministratie uit aan een extern administratiekantoor. De zorgorganisatie maakte de pensioenpremies over naar het administratiekantoor, maar dit boekte die bedragen niet over naar het pensioenfonds. Toen het administratiekantoor failliet ging, kwam de zorgorganisatie in financiële problemen. Het pensioenfonds bracht een dwangbevel uit voor € 896.154. Enkele weken later gaat de thuiszorgorganisatie failliet. Namens de thuiszorgorganisatie is nooit een melding betalingsonmacht gedaan.

Zelf inzicht verworven

In deze zaak had de zorgorganisatie al enige tijd met het pensioenfonds gecorrespondeerd en overlegd over haar financiële situatie en haar betalingsmoeilijkheden. Daarbij kwamen ook de aanvraag van het faillissement aan de orde en de oorzaak van de problemen (het faillissement van het administratiekantoor). Het pensioenfonds heeft een boekenonderzoek uitgevoerd bij de zorgorganisatie en heeft dus zelf inzicht verworven in de financiële situatie. Het pensioenfonds heeft ook de veel grotere vordering (dan normaal) kunnen vaststellen. Het pensioenfonds stuurde vervolgens veel hogere nota’s dan gewoonlijk, en die werden ook niet in één keer voldaan. Er is door het pensioenfonds en de zorgorganisatie gesproken over een betalingsregeling.

Geen melding nodig

Dit alles maakt, zo zegt het hof ‘s-Hertogenbosch, dat het pensioenfonds had behoren te begrijpen dat de organisatie niet in staat zou zijn om de premies af te dragen – ook zonder formele melding betalingsonmacht. Het pensioenfonds kende de financiële situatie en kon zich een redelijk oordeel vormen over de oorzaken van de betalingsonmacht. Nu het pensioenfonds op de hoogte was van de betalingsonmacht van de zorgorganisatie en van de omstandigheden die daartoe hebben geleid, kon een melding betalingsonmacht achterwege blijven.

Geen aansprakelijkheid

De bestuurder is aansprakelijk indien aannemelijk is dat het niet betalen van de pensioenpremies het gevolg is van aan hem te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur. Daarvan is sprake als geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden aldus zou hebben gehandeld. Het enkele feit dat een bestuurder facturen niet betaalt, betekent volgens het hof niet dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De bestuurder is niet aansprakelijk voor de premieschulden van de organisatie. Het hof vernietigt het dwangbevel.

ECLI:NL:GHSHE:2024:1770

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2024:1770 200.319.604_01 | 27-05-2024

Vraag vrijblijvend een offerte aan

    Neem contact met mij op
    Liever direct contact opnemen?