Lees meer

Meld je aan voor de nieuwsbrief
Aanmelden nieuwsbrief
Neem contact met ons op
Contact

Het is de verantwoordelijkheid van een hoger onderwijsinstelling om studenten een eerlijke en reële mogelijkheid te geven hun kennis te bewijzen. Ook als dit leidt tot meer maatwerk, zo oordeelt de rechtbank Gelderland.

Een vrouw volgt in het studiejaar 2018-2019 een opleiding aan een hoger onderwijsinstelling die opleidingen biedt op het gebied van kunst, architectuur, mode, vormgeving en muziek. Aan het eind van het eerste studiejaar vindt een tentamen plaats, dat bestaat uit een werkschouw waarbij de studenten hun opdrachten voor een bepaald vak moeten presenteren. Ook de vrouw heeft aan de werkschouw deelgenomen. 

Een week na de werkschouw wordt de docent van het vak echter geschorst als examinator en alle beoordelingen worden ongeldig verklaard. De schorsing volgde na verklaringen van studenten over de vriendschappelijke en zakelijke relatie tussen de docent en de vader van de student. Hij zou haar daarom een voorkeursbehandeling hebben gegeven.

Voorwaardelijk negatief bindend studieadvies

De examencommissie heeft daarna een nieuwe examinator, het hoofd van de opleiding, aangesteld en gevraagd de werkschouwen opnieuw uit te voeren. Deze nieuwe examinator is niet aanwezig bij de werkschouw van de student en vraagt haar daarom foto’s op te sturen. De examinator beoordeelt het werk met een onvoldoende, waarna de student wordt gevraagd de werkschouw te herkansen. Ook krijgt zij schriftelijk een voorwaardelijk negatief bindend studieadvies. Na de herkansing op 27 augustus ontvangt de vrouw een onvoldoende. Op 1 september wordt het negatief bindend studieadvies definitief.

De vrouw stapt hierop naar het college van beroep voor de examens van de onderwijsinstelling. Na meerdere procedures wordt het beroep dat zij instelde tegen het negatief bindend studieadvies gegrond verklaard en het gegeven negatief bindend studieadvies wordt ingetrokken.

De vrouw vraagt de rechtbank de onderwijsinstelling te veroordelen tot het vergoeden van de schade die zij heeft geleden door de opgebouwde studieschuld en studievertraging. Ook wil zij een verklaring voor recht dat de onderwijsinstelling onrechtmatig heeft gehandeld en een rectificatie op de website van het onderwijsinstituut.

Eerlijke mogelijkheid

Van iedere hoger onderwijsinstelling mag verwacht worden dat zij de nodige maatregelen treft zodat studenten een eerlijke en reële mogelijkheid hebben om aan te tonen dat zij per onderwijseenheid beschikken over het voorgeschreven niveau van kennis, inzicht en vaardigheden, zo stelt de rechtbank. Deze mogelijkheid heeft deze student niet gekregen. De onderwijsinstelling had in de gegeven omstandigheden meer maatwerk moeten leveren.

Formele klacht

Ook was de onderwijsinstelling al voor aanvang van het onderwijs van het vak op de hoogte van de werkrelatie tussen de docent en de vader van de student. Dat de man toch als docent en examinator is aangesteld in de klas van de vrouw, maakt naar het oordeel van de rechtbank het niet bieden van enig maatwerk en ondersteuning aan de student des te laakbaarder. Ook had het hoofd van de opleiding de werkschouw niet mogen uitvoeren bij de herkansing, aangezien er op dat moment een formele klacht lag die niet formeel was afgehandeld. Zij heeft de student daardoor niet objectief kunnen beoordelen.

Eigen schuld

Nu de vrouw de kans is ontnomen om de benodigde studiepunten te behalen, had de onderwijsinstelling haar geen negatief bindend studieadvies mogen geven. Aan de andere kant: de student had er ook voor kunnen kiezen om andere vakken te herkansen waarvoor zij eerder een onvoldoende haalde. Bij een succesvolle herkansing van een van die vakken had zij geen negatief studieadvies gekregen. Nu ze de schade dus had kunnen beperken, is er sprake van 'eigen schuld', aldus de rechtbank.

Schade

De onderwijsinstelling zal daarom verantwoordelijk worden gehouden voor 75 procent van de schade die de student door het onzorgvuldig handelen heeft geleden, zo beslist de rechtbank. Een kwart van de schade komt voor haar eigen rekening. Omdat de omvang van de schade nog niet volledig vaststaat, wordt de student gevraagd met meer bewijzen te komen. De rectificatievordering wordt afgewezen, omdat de student voor toewijzing onvoldoende rechtsfeiten heeft gesteld.

ECLI:NL:RBGEL:2022:2816

Bron: Rechtbank Gelderland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBGEL:2022:2816 C/05/393852 / HA ZA 21-501 | 07-06-2022

Vraag vrijblijvend een offerte aan

    Neem contact met mij op
    Liever direct contact opnemen?