Lees meer

Meld je aan voor de nieuwsbrief
Aanmelden nieuwsbrief
Neem contact met ons op
Contact

Wordt een bijstandsgerechtigde verdacht van fraude, dan mag de gemeente dat onderzoeken. Wel moet daarbij de privacy worden gerespecteerd. De Facebookpagina bekijken, kan dat wel?

Een man ontvangt op grond van de Participatiewet een bijstandsuitkering. Hij loopt een taalstage bij een kapsalon, maar meldt dat niet aan de gemeente. Uit een anonieme melding blijkt dat hij ook in die kapperszaak werkt en hiermee meer dan 50 euro per dag verdient. Foto’s daarvan staan op zijn Facebookpagina. Sociaal rechercheurs die de kapsalon observeren, bevestigen dit. Het college van burgemeester en wethouders zet de bijstandsuitkering stop, waartegen de man zich verzet.

Privacy

De kwestie belandt bij de hoogste rechter op het gebied van sociale uitkeringen: de Centrale Raad van Beroep. Daar betoogt de man dat het college een inbreuk heeft gemaakt op zijn privacy door het internetonderzoek op Facebook. Dat klopt, zo staat dat verwoord in het Europese mensenrechtenverdrag. Maar, aldus de Raad, die inbreuk is toegestaan als er een wettelijke grondslag voor is, en die grondslag staat in de Participatiewet. Deze wet bepaalt dat het college bevoegd is onderzoek te doen naar de juistheid en volledigheid van de gegevens die bijstandsgerechtigden aanleveren. Dit onderzoek kan steeds en spontaan worden uitgeoefend zonder dat een feit, signaal, grond of vermoeden is vereist. Met het onderzoek behartigt het college het belang van het economisch welzijn van Nederland. Daaronder valt ook het tegengaan van misbruik van en fraude bij sociale uitkeringen. Onderzoek op Facebook is daarmee gerechtvaardigd.

Niet stelselmatig

Het inzien van de gegevens van de man was ook ‘proportioneel’. Wat op Facebook staat, is openbaar toegankelijk. Het raadplegen van de Facebookpagina vormt daarom een beperkte inbreuk op het recht op privéleven van de man. Voor het college was er geen minder ingrijpende manier om een goed inzicht te krijgen in zijn activiteiten. Wat het college deed was ook niet ‘stelselmatig’, zoals de man beweert. Er werden vanaf de openbare weg 28 waarnemingen (in zes weken) gedaan om te kijken wat de man in de kapperszaak deed. Dat is een beperkte en aanvaardbare inbreuk op het recht op respect voor het privéleven van de man, zo oordeelt de Raad, en dit was dus proportioneel.

Inlichtingenplicht

Bewezen is dat de man in de kapsalon heeft gewerkt en daarmee geld verdiend. Dat meldde hij niet en hij schond daarmee de inlichtingenplicht. Het college was bevoegd de bijstandsuitkering stop te zetten en het te veel betaalde terug te vorderen.

ECLI:NL:CRVB:2022:1205

Bron: Centrale Raad van Beroep | jurisprudentie | ECLI:NL:CRVB:2022:1205 20/22 PW | 30-05-2022

Vraag vrijblijvend een offerte aan

    Neem contact met mij op
    Liever direct contact opnemen?