Loud - Juridisch Advies & Mediation
08-04-2026 | Algemeen
Lees meer
Wanneer een werkgever besluit de stekker uit het bedrijf te trekken, lijkt het misschien logisch dat ook de arbeidsovereenkomsten automatisch eindigen. Maar zo werkt het arbeidsrecht niet. Een recente uitspraak laat dat nog eens glashelder zien: bedrijfsbeëindiging betekent niet dat een dienstverband (met een langdurige zieke werknemer) zomaar ophoudt te bestaan. In deze blog bespreken we waar de betreffende werkgever precies de fout in ging.
In oktober 2025 deelt een werkgever aan zijn zieke medewerker mee dat het bedrijf beëindigd zal worden. De werkgever geeft daarbij aan dat ze graag hierover in gesprek gaan met de werknemer, zodat de mogelijkheden besproken kunnen worden. De werknemer geeft echter aan dat zij niet weet wanneer ze dit gesprek kan aangaan, omdat de werknemer in een euthanasie traject zit met een persoon (waarvan niet duidelijk wordt gemaakt om wie het gaat). Het gesprek vindt hierdoor nooit plaats.
Vanaf oktober 2025 wordt het loon van de werknemer niet meer betaald. In december 2025 vraagt de werknemer een WIA-uitkering aan. In januari 2026 legt het UWV de werkgever echter een loonsanctie op, want de werkgever is zijn re-integratieverplichtingen niet nagekomen. De werkgever moet hierdoor het loon na 104 weken van verplichte loondoorbetaling nog één extra jaar doorbetalen tot 16 februari 2027. Dit gebeurt niet, waardoor de werknemer naar de rechter is gestapt om het loon te vorderen.
De kantonrechter is duidelijk. De mededeling van de bedrijfsbeëindiging leidt niet automatisch tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De werkgever heeft daarbij geen ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV én heeft ook niet duidelijk gemaakt dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden (met een vaststellingsovereenkomst) is beëindigd. Hierdoor is de werknemer nog gewoon in dienst.
Nu de werknemer nog in dienst is, moet de werkgever gewoon het loon doorbetalen. De kantonrechter geeft daarbij aan dat geen rekening kan worden gehouden met de financiële omstandigheden (betalingsonmacht) die de werkgever verhinderen om het loon te betalen. Dit dient voor rekening en risico te komen voor de werkgever.
Het komt de werkgever duur te staan dat hij geen ontslagvergunning heeft aangevraagd of een poging heeft gewaagd om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen. In dit geval komt dit voornamelijk doordat het UWV een loonsanctie heeft opgelegd en de werkgever hierdoor het loon van de zieke werknemer dient door te betalen.
De werkgever wordt veroordeeld het loon van de werknemer van € 2.317,44 bruto per maand, vermeerderd met 8% vakantiebijslag en 5% eindejaarsuitkering vanaf 1 oktober 2025 te betalen tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig wordt geëindigd. Daarnaast moet de werkgever de eindejaarsuitkering over 2025 nog betalen. Hierover wordt de maximale wettelijke verhoging toegekend, omdat de werkgever te laat is met betalen. Ook moet de werkgever de wettelijke rente, de buitengerechtelijke kosten én de proceskosten betalen.
Sta je op het punt van bedrijfsbeëindiging? Vergeet dan niet dat de arbeidsovereenkomsten met werknemers beëindigd moet worden. Dit kan door een ontslagvergunning aan te vragen bij het UWV of door een vaststellingsovereenkomst te sluiten. Hierbij kunnen wij je helpen.
Doe je dit niet? Dan kan dit net als in de besproken casus een duur grapje worden. De arbeidsovereenkomst eindigt immers niet vanzelf, waardoor de werknemer het recht op loon behoudt.
Bron: Rb. Limburg 4 februari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1154.
Algemeen