Lees meer

Meld u aan voor de nieuwsbrief
Neem contact met ons op

Volgens het Burgerlijk Wetboek kan de kantonrechter op verzoek van de werknemer de arbeidsovereenkomst ontbinden op grond van omstandigheden die van dien aard zijn, dat de arbeidsovereenkomst dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. De kantonrechter is bij de beoordeling van een dergelijk verzoek niet gebonden aan de in het Burgerlijk Wetboek opgesomde gronden voor ontbinding, die gelden bij een werkgeversverzoek. Gelet op het grondrecht van vrije arbeidskeuze dient een verzoek tot ontbinding van de werknemer in beginsel gehonoreerd te worden.

Een werknemer was werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van twaalf maanden. De arbeidsovereenkomst bevatte geen tussentijds opzegbeding. De werknemer wilde desondanks de arbeidsovereenkomst tussentijds beëindigen, maar de werkgever wilde daar niet aan meewerken. De werknemer diende daarop een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in bij de kantonrechter.

De kantonrechter wees het verzoek toe. Gezien de door de werknemer ervaren verstoorde arbeidsrelatie ontbrak het perspectief op een zinvolle voortzetting van de arbeidsovereenkomst. Daarmee is de noodzaak voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst gegeven. De verzoeken om toekenning van een transitievergoeding en een vergoeding ter hoogte van het loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben indien deze van rechtswege zou zijn geëindigd wees de kantonrechter af.

De kantonrechter wees wel het verzoek van de werkgever om schadevergoeding toe. De werknemer diende aan de werkgever twee maandsalarissen inclusief vakantietoeslag te betalen. Omdat de kantonrechter de werkgever een vergoeding toekende, kreeg de werknemer twee weken de tijd om zijn verzoekschrift in te trekken.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBMNE20214613, 9315644 / ME VERZ 21-94 | 19-09-2021

Niet alleen de werkgever, maar ook de werknemer kan een verzoek indienen bij de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Een werknemer, die al meer dan twee jaar arbeidsongeschikt was, diende een dergelijk verzoek in. Hij vroeg de kantonrechter om de werkgever te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding, een billijke vergoeding en van de jubileumuitkering wegens het bereiken van een 40-jarig dienstverband.


Hoewel de werknemer sinds eind september 2015 een IVA-uitkering van het UWV ontving, was zijn dienstverband met de werkgever niet beëindigd. Op 1 januari 2016 was de werknemer 40 jaar in dienst bij de werkgever. De werkgever kent een jubileumregeling, op grond waarvan een werknemer die 40 jaar in dienst is een uitkering krijgt ter hoogte van een deel van zijn vaste jaarinkomen. De arbeidsongeschikte werknemer ontving geen jubileumuitkering.


De kantonrechter wees het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst toe. Bij een werknemersverzoek zijn geen bijzondere opzegverboden aan de orde. Het recht op vrije arbeidskeuze houdt in dat een verzoek van de werknemer in beginsel gehonoreerd dient te worden. De kantonrechter zag geen aanleiding voor toekenning van de transitievergoeding of van een billijke vergoeding. Voor toekenning van deze vergoedingen bij ontbinding op verzoek van de werknemer geldt als voorwaarde dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Daarvan was geen sprake. Het niet willen ontbinden van de arbeidsovereenkomst door de werkgever houdt geen verwijtbaar handelen in.


De kantonrechter was verder van oordeel dat de werkgever geen jubileumuitkering hoefde te betalen. Omdat de werknemer een uitkering ontving was van een jaarsalaris dat door de werkgever werd betaald geen sprake. Ook de door de werkgever verstrekte aanvulling op de uitkering was geen jaarsalaris.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBLIM20167608, 5184359 AZ VERZ 16-136 | 08-09-2016

Vraag vrijblijvend een offerte aan

    Neem contact met mij op

    Liever direct contact opnemen?