Lees meer

Meld je aan voor de nieuwsbrief
Aanmelden nieuwsbrief
Neem contact met ons op
Contact

Een vlucht van Amsterdam naar Warschau loopt op 24 juli 2019 uren vertraging op vanwege een grote storing in de brandstofsystemen op luchthaven Schiphol. Krijgen passagiers het door hen gevorderde compensatiebedrag uitgekeerd?

Twee passagiers van de vlucht schakelen na de 6,5 uur vertraging een bemiddelingsbedrijf in, die een vordering instelt tegen de luchtvaartmaatschappij waar zij de vlucht hadden geboekt. De bemiddelaar vordert namens het tweetal een compensatiebedrag van 500 euro vanwege de vertraging. De luchtvaartmaatschappij is het hier niet mee eens en doet een beroep op buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

Vertraging

De rechtbank Noord-Holland oordeelt dat voldoende is komen vast te staan dat er op 24 juli een brandstofstoring was op Schiphol. Volgens het bemiddelingsbedrijf zou de storing vooral vanaf half drie 's middags voor vertraging hebben gezorgd, terwijl de vlucht al om kwart voor elf in de ochtend vertrokken had moeten zijn. De vertraging zou daarom niet alleen te wijten zijn aan de brandstofstoring. 

De luchtvaartmaatschappij heeft echter voldoende onderbouwd dat de vlucht meerdere malen een nieuwe CTOT (calculated take off time) opgelegd heeft gekregen als gevolg van de brandstofstoring op Schiphol, aldus de rechtbank. De vervoerder kan niet zelf beslissen eerder te vertrekken en moet de instructies van de luchtverkeersleiding opvolgen. Er is niet gebleken dat de luchtvaartmaatschappij zelf om een nieuw CTOT gevraagd had en hiermee de vertraging veroorzaakt heeft. Ook heeft de vervoerder er alles aan gedaan om de gevolgen voor reizigers zo beperkt mogelijk te houden. Het is, zo overweegt de rechtbank verder, bovendien ook niet in het belang van de reputatie van de luchtvaartmaatschappij om vluchten vertraagd uit te voeren.

In de gegeven omstandigheden kon er niet meer van de vervoerder worden verwacht, zo concludeert de rechtbank. De vordering van de twee passagiers wordt dan ook afgewezen.

ECLI:NL:RBNHO:2022:3928

Bron: Rechtbank Noord-Holland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNHO:2022:3928, 9251155 \ CV EXPL 21-3628 | 16-05-2022

Vraag vrijblijvend een offerte aan

    Neem contact met mij op

    Liever direct contact opnemen?